Jo vergat thuis haar telefoon en dat was eigenlijk heel prima

Jo (26) is een typisch Amsterdams meisje (euh... vrouw): ze doet belangrijke dingen in de marketing, hangt graag in hipsterbarren, pingelt een beetje op een gitaar en is iets vrijgezeller dan ze zou willen. En ze blogt, want dat hoort tegenwoordig. Jo gaat ohello uitproberen en jullie mogen mee. In gedachten dan.

Ik schrik me kapot als ik mijn ogen open en zie hoe laat het is. Nog een kwartier voor ik de deur uit moet zijn! Met twee verschillende sokken aan (gebeurt wel vaker, maar nu kan ik de haast de schuld geven) en een droge boterham half uit mn mond hangend stuif ik de trap af. 

Hijgend glip ik de tram in en negeer een sneer van de conductrice dat ‘dit geen ingang is, schat!’. Ik graai in mijn tas naar mijn telefoon.. ai! Vergeten. Een vlaag van paniek overspoelt mij (ik ben onbereikbaar!), maar al snel besluit ik dat de hond van m’n ouders heus niet ineens dood neervalt en dat een dagje offline niet erg is. Heerlijk juist, even afgesneden van de buitenwereld. Of eigenlijk juist heel erg in touch met de buitenwereld, het is maar hoe je het bekijkt!

Zelden zo’n effectieve werkdag gehad! Geen tsunami aan bullshit-appjes, geen stiekem gegluur op Instagram. Na werk heb ik met vriendin Kiki afgesproken om te gaan eten in de stad. Keurig zit ik om kwart over zes aan de bar. Tien voor half zeven, vijf voor half... geen Kiek. Ik gok dat ze heeft geappt dat ze later is. Tja, wachten betekent normaal gesproken doelloos klooien op je telefoon. Nu kan ik niets anders dan om mee heen kijken. En ik was eigenlijk helemaal vergeten hoe leuk dat is! In een hoek zie ik een ongemakkelijk stelletje zitten, overduidelijk op hun eerste date (misschien wel een hello!). Daarnaast zit een oude meneer, die een lange gouden pijp in zijn harige oor steekt wanneer zijn vrouw iets zegt, zodat hij haar kan verstaan (of misschien juist niet). Aan de andere kant van de tent stopt een mevrouw stieken een paar theezakjes in haar tas. Grappig.

Op het hoekje van de bar, pal naast me, komt een jongen zitten. Geen Amsterdammer, ik gok een toerist. ‘Hey’, zegt hij. Ik glimlach half. Heb weinig zin om voor de vierhondervierenzestigste keer in mijn leven uit te leggen waar het Enn Frènk House is. Maar ik kan niet doen of ik hem niet heb gezien, want ik heb geen telefoon om mijn hoofd in te verstoppen. Maar deze jongen vraagt helemaal niet waar het Enn Frènk House is, Andrew blijkt gewoon een aardige gast te zijn. En hij woont op Aruba, waar ik ook zes jaar heb gewoond als kind. We hebben op dezelfde school gezeten en hij kent zelfs een paar van mijn oud-klasgenootjes! Hoe leuk.

Als Kiki eindelijk binnenkomt (ze stond in de file), zitten Andrew en ik al aan een derde portie bitterballen. Als ik mijn telefoon bij me had gehad, had hij me waarschijnlijk nooit aangesproken en hadden we dit lollige toeval nooit ontdekt! Morgen gaan we samen naar het Anne Frank Huis.